Gelezen

In 2003 nodigde ik, namens de Bijenkorf, Bas Heijne uit om honderd ‘boeken bij elkaar te zoeken die vanuit het heden nadachten over de wereld van nu, literatuur die alleen in onze tijd geschreven had kunnen worden en beschouwende boeken die geschiedenis en filosofie gebruiken om de confrontatie met de kwesties die ons bezighouden aan te gaan.’ Het was een opdracht die ook wel een beetje de manier typeert waarop ik zelf altijd heb gelezen en nog steeds lees, altijd op zoek naar ‘boeken waarin geworsteld wordt met de wereld’. In sommige opzichten leest de selectie uit mijn ‘leesgeschiedenis’ hieronder als een zoektocht naar de sleutel van ‘het grote wereldraadsel’. Maar ik heb die sleutel nog altijd niet gevonden. Ik blijf dus nog even lezen (wie mij op de voet wil volgen kan terecht op Goodreads) en de lijst hieronder zal zich dan ook van tijd tot tijd vernieuwen.

Remieg Aerts, Denkend aan Nederland. Over geschiedenis, nationaliteit en politiek (2022)

Denkend aan Nederland is een bundeling van artikelen die Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, sinds 2001 schreef. De artikelen gaan over nationale geschiedenis, in het bijzonder Nederlandse geschiedenis. Maar tegelijk laten ze zien hoezeer nationale geschiedschrijving een manier is om de chaos van het verleden te ordenen, een ‘vertelconstructie’, een vorm van zingeving. Want er is niets vanzelfsprekend ‘Nederlands’ aan de Nederlandse geschiedenis.

Philipp Blom, Wat op het spel staat (2017)

Philipp Blom kende ik als historicus. Hij schreef toonaangevende monografieën over de Verlichting en over Europa in de jaren 1900-1914 en 1918-1938. In 2017 publiceerde het Wat op het spel staat, een analyse van onze tijd waarin hij de klimaatcrisis en de digitalisering identificeert als aardverschuivingen die een bedreiging vormen voor onze fundamentele waarden: vrijheid, tolerantie, milieu, welvaart, democratie en mensenrechten.

Geert Buelens, De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis (2018)

Volgens mijn kinderen ben ik een product van de jaren zestig. Maar ik was pas 13 jaar toen, in 1968, de verbeelding het in Frankrijk moest afleggen tegen de stem van de zwijgende meerderheid, de Russen in Tsjechoslowakije afrekenden met het communisme met een menselijk gezicht en met de moord op Robert Kennedy en Martin Luther King de hoop op een progressief Amerika vervloog. En toch: de culturele omwentelingen van de jaren zestig hebben onmiskenbaar een bepalende invloed gehad op wie ik ben geworden. Geert Buelens brengt die veranderingen in hun mondiale samenhang op een schitterende wijze in kaart. Zijn boek is, zoals De Standaard schreef, ‘een geestverruimende ervaring’.

Geert Buelens, Wat we toen al wisten. De groene geschiedenis van 1972 (2022)

In 1972 verscheen het eerste rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei. Het maakte op mij grote indruk. En niet alleen op mij. Zorg om het milieu was vanaf dat moment niet langer de hobby van natuurvrienden. Het werd een mondiaal erkend probleem. In Wat we toen al wisten reconstrueert Geert Buelens de belangrijkste wetenschappelijke, sociale, politieke, economische en geopolitieke discussies van 1972. Maar het boek is ook een verhaal over verzuim, verwaarlozing en vergetelheid. Omdat het milieubewustzijn wel groeide, maar we er niet naar wisten te handelen.

Annet Daanje, De herinnerde soldaat (2019)

De herinnerde soldaat, de roman waarmee Anjet Daanje doorbrak naar een groot publiek, werd door Thomas de Veen in NRC geprezen als een roman die ‘stilistisch uitdagend is, met zinnen die over de bladzijden uitwaaieren, alsof Proust of Woolf of Louis Paul Boon de pen in handen had, zinnen die voortjakkeren en dan ineens openbloeien, maar ook steeds aards en onopgesmukt van inhoud zijn. Een roman die je over hoge pieken en door diepe dalen van gevoel sleurt, zonder geëxalteerd of ongeloofwaardig te worden.’ Het is ook een roman die op een verrassende wijze gaat over identiteit. Het is een thema dat kenmerkend lijkt voor het werk van Daanje. Ook in Delle Weel (2011) en in Het lied van ooievaar en dromedaris (2022) laat ze zien hoe identiteit een product is van onze verbeelding, maakbaar, veranderlijk en altijd gelaagd.

Matthias M.R. Declercq, De ontdekking van Urk (2020)

Declercq was in 2009 een dag op Urk, om verslag te doen van een moordzaak. In 2019 ging hij op Urk wonen, in een poging door te dringen in wat je toch wel een bijzondere gemeenschap mag noemen. Het levert, zoals de achterplattekst van het boek zegt, een fascinerend beeld op van ‘een schimmige en tragische wereld’ van enerzijds ‘een minzaam en godvrezend volk’ en anderzijds ‘jeugdige baldadigheid, visfraude en drugs’. Maar als je een paar stappen naar achteren zet, is het meer dan een portret van een ‘gesloten en onbegrepen gemeenschap’. Het boek laat in het klein zien hoe een samenleving reageert die wordt geconfronteerd met snelle veranderingen. En zegt op die manier iets over het ongemak en de onrust die we als zo kenmerkend voor onze tijd en onze samenleving ervaren.

Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis (2020)

In haar verkenning van de geschiedenis van het begrip vrijheid laat De Dijn zien dat ons hedendaagse vrijheidsbegrip, die vrijheid definieert als ‘het bezit van onvervreemdbare individuele rechten, rechten die een privédomein afbakenen waarop geen enkele overheid inbreuk mag plegen’ en wordt gebruikt ter verdediging van het zoveel mogelijk beperken van de staatsmacht, wortelt in de antidemocratische reactie op de Atlantische revoluties van de achttiende eeuw. Ze herinnert eraan ‘dat het verhaal van de vrijheid ook een andere kant heeft. Eeuwenlang hebben mensen vrijheid immers als een aantrekkelijk ideaal beschouwd omdat ze opriep tot meer controle van het volk en op het bestuur en tot toepassing van staatsmacht om het collectieve welzijn te vergroten. […] vrijheid, democratie en gelijkheid [stonden] voor de stichters van onze moderne democratieën niet op gespannen voet met elkaar […] maar [waren] inherent met elkaar verstrengeld […].’

Elena Ferrante, De geniale vriendin (2013)

De eerste van Ferrantes vier Napolitaanse romans. Sommige mensen vinden de romans van de raadselachtige Ferrante keukenmeidenliteratuur, chicklit. Ik niet. De geniale vriendin gaat over ongelijkheid en emancipatie, over de schaarse momenten die bepalen wie we worden. HBO heeft de romans bewerkt tot een televisieserie – ik vond die bewerking minder te verdragen dan de verfilming van Veronesi’s Kalme chaos.

Hein de Haas, Hoe migratie echt werkt. Het ware verhaal over migratie aan de hand van 22 mythen (2023)

Hein de Haas is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Migratie en Ontwikkeling aan de Universiteit van Maastricht. Sinds 2006 is hij tevens directeur van het door hem opgerichte International Migration Institute van de Universiteit van Oxford. In Hoe migratie echt werkt rekent hij af met het migratiebeleid zoals dat de afgelopen decennia door de westerse landen is gevoerd: het is gebaseerd op mythes en daarom niet effectief of, erger, contraproductief. Tegelijkertijd is zijn boek een hartstochtelijk en urgent pleidooi voor een geïnformeerd debat over de voor- en nadelen van immigratie ten einde tot effectiever beleid te komen dat de fouten van het verleden vermijdt en beter uitpakt voor álle leden van onze samenleving. Voor politiek dus die zich niet laten leiden door onderbuikgevoelens maar wetenschappelijke inzichten onder ogen ziet. Verplicht leesvoer voor beleidsmakers, bestuurders en journalisten.

Johan Harstad, Max, Mischa & het Tet-offensief  (2017)

Een fascinerende roman over Noorwegen, over Amerika, over religie, over communisme, over film, over toneel, over beeldende kunst. Over een Noorse jongen die met zijn ouders naar Amerika emigreert, daar bevriend raakt met een jongen met wie hij de fascinatie voor de film Apocalyps Now deelt, scenarioschrijver wordt en een relatie krijgt met een mevrouw die schildert. Volgens recensies gaat het boek over eenzaamheid, over hoe eenzaam iedereen uiteindelijk is. Ik aarzel. Ja, het gaat over eenzaamheid, maar het boek eindigt hoopvol. Ik vraag me af of al die recensenten het laatste hoofdstuk van dit inderdaad heel dikke boek hebben gehaald.

Klaartje Heerze-te Winkel, Van Klaartje naar Chiara. De vele gezichten van Umbrië (2022)

Toen mijn collega Klaartje Heerze in 2008 afscheid nam van de uitgeverij en met man en dochter van vijf maanden vertrok naar Umbrië, zei ik tegen haar: schrijven kan je, dus ga schrijven over wat je meemaakt, ooit levert dat een fantastisch boek op. Het heeft even geduurd, maar in 2022 verscheen dat boek, met soms grappige, soms ontroerende verhalen, die duidelijk maken dat bij een goede voorbereiding en enig doorzettingsvermogen emigratie niet vanzelfsprekend gepaard gaat met de chaos die een programma als ‘Ik vertrek’ en zijn vele klonen zo graag suggereren. Maar de verhalen verkennen ook de werkelijkheid achter heel abstracte begrippen als integratie en identiteit. Om uiteindelijk heel voorzichtig een antwoord te geven op de vraag die haar gasten haar al bijna vijftien jaar stellen: waar voel je je ‘thuis’?

Bas Heijne, Mens/Onmens (2020)

Ik ben altijd een aandachtig lezer van de essays van Bas Heijne geweest. In Mens/Onmens is hij tastend op zoek naar antwoorden op ook voor mij heel essentiële vragen: hoe kunnen we solidair zijn in een wereld die steeds meer versplinterd is, waarin iedereen op zoek is naar iets groters en het algemeen belang het zo vaak aflegt tegen het eigenbelang?

Sander Heijne en Hendrik Noten, Fantoomgroei (2020)

Bert Wagendorp waarschuwde in de Volkskrant voor dit boek: ‘het lezen van Fantoomgroei maakt je woedend. De Nederlandse burger is door opeenvolgende regeringen op groteske wijze genaaid. Opeens begrijp je hoe revoluties ontstaan.’ Wie mijn schrijfsels de afgelopen jaren een beetje heeft gevolg, zal veel herkennen. Het beginpunt van Heijne en Noten is hetzelfde rapport van de Rabobank uit februari 2018 waar ik zelf in mijn verhaaltjes over onderwijs en cultuur ook regelmatig naar heb verwezen.

Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986)

De veel te jong verleden Kellendonk is, in ieder geval in mijn ogen, de belangrijkste Nederlandse schrijver van ‘mijn’ generatie. Mystiek lichaam is, aldus Bas Heijne, een ‘wrange, door en door ironische familieroman op het scherpt van de snede’, waarin racisme, antisemitisme, katholicisme, liefde, seks, homoseksualiteit, AIDS, sterven en dood een prominente rol spelen. Bij verschijnen omstreden (wegens het onverhulde antisemitisme van een van de hoofdfiguren), maar inmiddels een klassieker.

Jonathan Littell, De welwillenden (2008)

Littell is een Amerikaanse schrijver. Maar De welwillenden schreef hij in het Frans. En hij kreeg er in 2006 de Prix Goncourt voor. Het is een huiveringwekkend boek. Omdat het je de Tweede Wereldoorlog en de gruwelen aan het Oostfront laat meemaken vanuit het perspectief van de dader. De roman leest als de autobiografie van een voormalige SS-Obersturmbahnfürher en op enig moment ontdek je tot je schrik bij jezelf de neiging je te identificeren met de ik-figuur.

Paul Lynch, Lied van de profeet (2023)

Lied van de profeet is de vijfde roman van de Ierse schrijver Paul Lynch. Hij won er de Booker Prize 2023 mee. Het is een hoogst actuele roman over wat terreur en oorlog met mensen doet. Zoals de achterplattekst zegt: ‘een monumentale literaire roman over een toekomst die angstaanjagend dichtbij blijkt.’
Wellicht is Paul Lynch zelf ‘de profeet’, en zijn roman ‘het lied’, dat zingt ‘dat het einde van de wereld altijd een plaatselijke gebeurtenis is, het komt naar jouw land en bezoekt jouw dorp en klopt op de deur van jouw huis en wordt voor anderen slechts een verre waarschuwing, een kort bericht op het nieuws, een echo van gebeurtenissen die tot de overlevering zijn gaan behoren.’ Het is de beklemmende, angstaanjagende werkelijkheid waarin je als lezer wordt meegezogen. En tegelijk leest het boek als een onweerstaanbare oproep tot empathie met iedereen die in nood verkeert.

Sándor Márai, Gloed (1942)

Gloed is een gesprek tussen twee mannen over hun strijd om een vrouw, een roman over liefde en vriendschap, over trouw en verraad. ‘Is trouw niet een vorm van egoïsme, een verschrikkelijk egoïsme, en ijdelheid, zoals het merendeel van menselijke dingen en behoeften in het leven? Willen we, als we trouw eisen, dat de ander gelukkig wordt? En als de ander in de subtiele gevangenschap van trouw niet gelukkig kan zijn, houden we dan wel van degene van wie we trouw eisen? En als onze liefde de ander niet gelukkig maakt, hebben we dan wel het recht om iets te eisen, trouw of opoffering?’

Anthony Marra, Een stelsel van elementaire levensvoorwaarden (2013)

Marra’s boek dateert uit 2013. Het is veelvuldig bekroond, zo vaak dat Marra sindsdien van schrik geen roman meer gepubliceerd heeft (wel verhalen). Het speelt zich af in Tsjetsjenië. Het laat zien hoe gruwelijk oorlog is, hoe gruwelijk de Russen oorlog voeren. Ik moest er de afgelopen maanden weer regelmatig aan denken, heb hele stukken herlezen. Het is, vrees ik, opnieuw actueel.

Ian McEwan, Lessen (2022)

Ian McEwan is een generatiegenoot. Misschien daarom en omdat in zijn romans de tijd waarin we leven vaak zo aanwezig is, spreekt zijn werk mij erg aan. Terugkerend thema is het toeval, de willekeur van toevallige gebeurtenissen die bepalend zijn voor de loop van het leven en de geschiedenis. In Lessen volgt hij het leven van Ronald Baines: gemiste kansen, verloren liefdes, muziek, vrienden, familie, literatuur, seks en politiek, en dat allemaal tegen de achtergrond van de bepalende gebeurtenissen uit onze recente geschiedenis, van Suezcrisis naar de Cubacrisis en van de val van de Berlijnse Muur tot de klimaatcrisis en de pandemie.

Bram Mellink en Merijn Oudenampsen, Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis (2022)

Bij de behandeling van de voorjaarsnota in 2022 zei premier Mark Rutte over het in brede kring verguisde neoliberalisme: ‘dat hebben we gelukkig ook niet in Nederland.’ In hun studie over het Nederlandse neoliberalisme tonen Mellink en Oudenampsen op overtuigende wijze aan hoezeer de historicus Rutte hier de plank mis sloeg. Mellink en Oudenamspen laten zien hoe het neoliberalisme in Nederland vanaf de jaren dertig een lange mars door de instituties maakte en hoe het neoliberale marktdenken via sleutelfiguren als Willem Drees jr., Jelle Zijlstra en Frans Rutte greep kreeg op voor het regeringsbeleid cruciale instituties als het Centraal Planbureau, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en verschillende ministeries.

Marieke Lucas Rijneveld, Mijn lieve gunsteling (2020)

Mijn lieve gunsteling is de tweede roman van de Brabantse Marieke Lucas Rijnveld en ik vond deze tweede (nog) beter dan haar ook internationaal heel succesvolle debuut De avond is ongemak. Beide romans staan op het eerste gezicht misschien in een Nederlandse traditie, waarin een traumatische jeugd voldoende voorwaarde lijkt voor literair succes. Maar Rijneveld noemde het boek zelf een liefdesroman en tilt het daarmee als het ware in één keer naar een hoger plan, maakt het tot een roman over de betrekkelijkheid van goed en kwaad.

José Saramago, De stad der blinden (1998)

Een stad wordt getroffen door een epidemie waarbij steeds meer mensen blind worden. Overheidsingrijpen baat niet, paniek en wetteloosheid grijpen om zich heen. José Saramago’s roman De stad der blinden gaat over goed en kwaad en over de vraag of menselijkheid overeind blijft wanneer er een genadeloze strijd moet worden geleverd om te overleven.

Sandro Veronesi, Kalme chaos (2006)

Veronesi is misschien wel de belangrijkste hedendaagse Italiaanse auteur. Kalme chaos is zijn belangrijkste boek, over het verschil tussen succes en geluk. En voor de liefhebbers: het is een van de weinige boeken waarvan ik de verfilming (door Antonio Grimaldi, met Nanni Moretti in de hoofdrol) te verdragen vind naast de roman.

Auke van der Woud, De nieuwe mens. De culturele revolutie in Nederland rond 1900 (2015)

Van der Woud is emeritus hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis. Hij schreef een reeks van boeken over het ontstaan van het moderne Nederland. De nieuw mens gaat over het cultuurconflict tussen de traditionele, elitaire en ideële hoge cultuur en de zich ontwikkelende brede en materialistische massacultuur dat in de late negentiende eeuw ontstond en dat op de dag van vandaag narommelt.

Ook aanbevolen: Casa San Carlo

Klaartje en Torben Heerze wonen sinds 2008 met hun kinderen, Giulia en Elena, op Casa San Carlo. Het is een fantastisch huis met een spectaculair uitzicht, een groot zwembad, een gezellige gemeenschappelijke woonkamer, ruime appartementen, een overdekt terras en een gigantische grill in de keuken. Het ligt in een paradijselijke omgeving, op een heuvel even buiten Monteleone d’Orvieto, midden in Umbrië, het groene hart van Italië. Ideaal uitgangspunt voor fiets- en wandeltochten, voor uitstapjes naar Orvieto en Perugia, of, wat verder weg, Rome en Florence. Het is een prettig, comfortabel vakantieadres, waar je je eigen gang kunt gaan, maar waar als je dat wil of als het nodig is Klaartje en Torben altijd klaarstaan om je op weg te helpen om Umbrië te (her)ontdekken. Wie geen zin heeft om boodschappen te doen, kan voor het ontbijt en de avondmaaltijd (met een ruime keuze van kwaliteitswijnen afkomstig van kleinere wijnhuizen en bijzondere familiewijngaarden) aanschuiven. En: die wijnen en de olijfolie exporteren ze ook naar Nederland. Vanuit hun webwinkel worden wijn, olie en, desgewenst, kerstpakketten worden aan huis bezorgd.
Van harte aanbevolen!